Home Trainingen Wie zijn we Trainers Onze visie Nieuws Routebeschrijvingen Contact  
     
 

De trainingen.

Trainingen bij Sander de Graaf kunt u volgen in de zomer én in de winter. Elk seizoen bestaat uit 15 lessen en wordt afgesloten met een onderlinge proef.

Het zomerseizoen begint half april en eindigt half augustus. We trainen dan overwegend 's-avonds van 19.30 uur tot het donker is. Op vrijdag overdag trainen we van 10.00 uur tot 13.00 uur of van 14.00u tot 17.00 uur.

Het winterseizoen begint half oktober en loopt tot in maart. We trainen dan vooral in het weekend op zondag en vrijdag overdag.

De rode draad die in de opbouw en indeling van de trainingen wordt gevolgd, zijn de diploma vereisten neergelegd in de reglementen van Orweja en van de jachthondenproevencommissies van rasverenigingen. Dat geeft zowel de trainer als de cursist een goede leidraad voor het in een trainingsseizoen na te streven niveau. Daarbij wordt al op het beginners C niveau rekening gehouden met een toekomst die kan liggen op het zeer vergevorderde niveau van het A-werk.

Een goede jachthond is gehoorzaam, betrouwbaar en trefzeker onder verschillende omstandigheden. Een veelheid aan speciaal voor ons beschikbare trainingsterreinen in het Gooi en rondom Almere bieden volop uitdaging en variatie.

Onderstaand volgt een korte uitleg van de verschillende trainingsniveaus en de daarop aansluitende indeling van de groepen.

C-training.

C-training is het startniveau. Deze cursus is bedoeld voor honden die een minimale leeftijd hebben bereikt van 6 maanden. Hier wordt de onmisbare basis gelegd voor de carrière van onze jachthond. In de eerste plaats wordt veel gewerkt aan de basisgehoorzaamheid. Voorbeelden daarvan zijn;

  • Aangelijnd en los volgen naast de baas
  • Zitten op een fluitsignaal
  • Het blijven op een aangewezen plaats
  • Rust en beheersing tijdens het werk
  • Op commando afstand nemen van de baas en op fluitsignaal weer netjes terugkomen

Daarnaast wordt gestart met het aanleren van een ‘modelapport'. Om te beginnen dummy's en vervolgens (koud) wild en dat zowel op het land als uit het water.

(* In de C en B training kan op verzoek van de individuele cursist uitsluitend met dummy's worden gewerkt.)

Onder modelapport wordt verstaan dat de hond ter linkerzijde van zijn baas ('de voorjager' in jachthondentermen) rustig en zonder piepen afwacht tot hij het commando krijgt om in actie komen; ook wel steadiness genoemd. Eenmaal ingezet, dient de hond snel en effectief het apport op te pakken en direct bij de baas af te leveren. En wel op zo'n manier dat de hond keurig recht zittend voor de baas het apport zonder onnodige verpakkingen met opgeheven kop 'ter hand stelt'.

De C training is breed georiënteerd. Er wordt al vrij snel een start gemaakt met oefeningen die voorbereiden op de opvolgende fase van het B werk. Zoals over water zwemmen, markeren, verloren apporteren en werken met verleidingen. (Zie daarvoor de informatie over de B-training.)

Na afsluiting van de C-training moet het mogelijk zijn om op te gaan voor het C-diploma van de KNJV of de rasvereniging. Succesvol zijn op zo'n proef is erg afhankelijk van de hoeveelheid tijd en energie die een voorjager er zelf naast de training instopt. Eenmaal in het bezit van een C-diploma is het mogelijk om deel te nemen aan de workingtesten van de retriever-verenigingen.

B-training.

De genoemde eisen voor een C-diploma worden nu uitgebreid met het drietal meer gevorderde B onderdelen van het apporteren. Te weten;

Verloren apport, Markeren en Verloren apport over water.

De inzet en afwerking voldoen steeds weer aan de eisen van het modelapport, de moeilijkheidsgraad is anders.

Bij het verloren apport heeft de hond het apport niet zien vallen. U geeft met de inzetplaats het valgebied aan, maar de hond kent de precieze ligging van het apport niet (meestal in dicht begroeid terrein ofwel ‘dekking'). Het komt erop aan dat de hond begrijpt dat er wat te halen valt en dat hij het apport op eigen initiatief opzoekt en vervolgens ‘binnen brengt'. Hier moet de hond dus leren na een eenmaal ontvangen commando om zelfstandig en met volharding het wild of de dummy op te sporen. Tijdens de training wordt de moeilijkheidsgraad opgevoerd, door wisselende dekking en variërende afstanden aan te bieden. Trefzekerheid en het ontwikkelen van een effectief zoekpatroon is hierbij de trainingsdoelstelling.

Het verloren apport over water is eigenlijk precies hetzelfde met dien verstande dat de valplaats van het apport zich bevindt aan de overzijde van water zoals sloten, vaarten, plassen en kanalen. Om te kunnen starten met zoeken zal de hond eerst op commando van zijn voorjager een water moeten oversteken. Dat water varieert in breedte en in diepte. Zwemmen is bijna altijd noodzakelijk evenals het op en af gaan van verschillende soorten waterkanten en het doorkruisen van oeverbegroeiing zoals riet. Door de veelheid aan voor ons beschikbare trainingsterreinen maakt de hond kennis met alle mogelijke soorten waterpartijen, kantjes en dekking.

Markeren is het onthouden van de valplaats van een voor de hond zichtbaar geworpen stuk wild of dummy op een behoorlijke afstand. Vaak onder het lossen van een schot. Voor een correcte uitvoering van dit onderdeel moet de hond er blijk van geven dat hij de valplaats van het apport nauwkeurig heeft gezien en onthouden. Hij moet er dan ook in een vrijwel rechte lijn op af lopen en zijn neus mag pas naar de grond zakken als hij zich binnen een straal van ongeveer 5 meter van het apport bevindt. De training is dan ook op de ontwikkeling van dit onthouden gericht. Gaat het bij het verloren apport om het werk met zijn neus; bij markeren moet de hond blijk geven van een goed stel ogen en pas op het laatste moment komt zijn neus weer in actie.

Op een (enkelvoudige) proef is de afstand circa 60 meter . Pas na het signaal van de keurmeester mag het commando tot apport aan de hond worden gegeven. Steadiness is dus weer uitermate belangrijk; vertrekt de hond onhoudbaar te vroeg dan wordt dit als onvoldoende beoordeeld.

Alle bovenstaand beschreven oefeningen worden stapsgewijs en geleidelijk opgebouwd. U krijgt steeds die informatie aangereikt waarmee u zelf naast de lessen in aansluiting op de aanleerfase waarin de oefening zich bevindt kunt oefenen.

Naast de genoemde drie oefeningen komt er in de B-training nog veel meer aanbod;

  • Het perfectioneren en onderhouden van de C onderdelen
  • Steadiness oefeningen, walk-ups, verleiding
  • Werken met verschillende soorten wild
  • Meervoudige apporten
  • Oppakken en uitwerken van een sleepspoor

B + training

Doelstelling van deze training is het overbruggen van het gat tussen de B en de A training. In deze periode wordt de samenwerking tussen baas en hond verstevigd en geperfectioneerd. Door middel van behoorlijk veeleisende training en bijbehorende proeven zorgen we ervoor dat de mogelijke overstap naar de A-training soepeler verloopt.

Ten opzichte van de B-training zullen de oefeningen zwaarder zijn met grotere afstanden en moeilijker meervoudig apporteerwerk. De honden zullen meer op hun geheugen moeten werken en ingewikkelder verleidingen dienen te weerstaan. Er wordt veel aandacht besteedt aan het lopen van lijnen en volop met wild gewerkt.

Ook wordt een verdere basis gelegd voor het A-werk;

  • Aanleren van links, rechts en verder vooruit
  • Lange lijnen lopen
  • Uitbouwen gebruik zitfluit
  • Uitwerken van sleepsporen.

Het behalen van een B-1 Workingtest certificaat of een KNJV MAP diploma mag na afsluiting van deze training als realistische verwachting worden beschouwd!

A-training.

Dit hoogste niveau van de apporteertraining is niet voor iedere baas-hond combinatie weggelegd. In deze training wordt het uiterste van beiden gevraagd. Onze A trainingen zijn gericht op resultaat tijdens de 'wedstrijden' en deelnemers aan deze training zijn dan ook daadwerkelijk gemotiveerd om dit doel te bereiken. De hond moet een bewezen stabiel B- niveau bezitten en blijk geven van aanleg voor meer. Voorjagers zullen naast de training zelf de B- onderdelen moeten bijhouden en daar de tijd voor vrij willen maken.

De A- training bestaat voornamelijk uit de opbouw van het dirigeren. (Het met fluit en armsignalen 'besturen' van de hond op flinke afstand.)

In deze training komen alle facetten van het dirigeerwerk aan bod. Zoals de hand aannemen naar links en rechts, verder vooruit sturen, zitten op afstand en lange lijnen lopen.

Deze vaardigheden worden eerst los geoefend en later aan elkaar gekoppeld. We kiezen ook hier voor een zeer geleidelijke opbouw. Door het behalen van opvolgende successen leert de hond te vertrouwen op de signalen van de voorjager en kan de moeilijkheidsgraad tot het vereiste niveau worden opgevoerd.

Daarnaast staat de goede uitwerking van een sleepspoor op het programma. We zijn hiermee al in de B-training (en zelfs in de puppycursus) begonnen. In de A-training worden de afstanden groter, hindernissen ingebouwd en dat alles met een grote variatie in wild.

Van groot belang is dat de hoge mate van appèl en aansturing door de baas tijdens de wat drukvollere dirigeertraining niet ten koste gaan van het eigen initiatief van de hond als dat gevraagd wordt. Gedurende de A-training worden dan ook regelmatig MAP-oefeningen uitgezet om dit initiatief in combinatie met aansturing door de baas te behouden.

Meestal heeft onze hondenschool twee A-trainingsgroepen;

  • Een beginnende A groep waar gedegen wordt gewerkt aan het behalen van een eerste A-diploma. (Meestal haalbaar na twee seizoenen ofwel een jaar doelgerichte training.)
  • Een vergevorderde A-groep. Op dit niveau zijn de honden klaar om een A-diploma te halen of hebben dit al op zak. Er wordt getraind voor de KNJV Map A of workingtest op A niveau. Niet zelden hebben deelnemers aan deze groep ambities om hoog in het A klassement te presteren.



Resultaat gerichte training met respect voor uw hond!